Bepakt en bezakt rijden we, ieder vanuit onze eigen stulpjes, naar station Groningen en stappen daar om 09.58 uur met fiets en al op de trein naar Zwolle. In Zwolle nemen we de trein richting Enschede en stappen in Hengelo over op de trein richting Oldenzaal; rond 12.15 uur staan we daar op het plaatselijke station.
Na de even onvermijdelijke als afkeurenswaardige 'peuk' fietsen we richting ons verblijfadres voor de komende veertien dagen: Op oale groond aan de Hanhofweg nr. 7 in De Lutte. We worden daar hartelijk ontvangen door Dinie Jeunink, de eigenaresse van dit vakantieappartement, en laten ons de koffie met krentewegge goed smaken. Daarna geeft ze ons een rondleiding door haar inmens grote tuin en langs de 'veestapel' bestaande uit ganzen, geiten en schapen. Ook het bijgebouw met het mini-museum staat op het programma: vooral de fles Abro en de pakjes stijfsel zetten wat luikjes in onze herinnering open (we zijn dan ook geboren in de jaren vijftig ...).
Dan is het moment aangebroken dat we onze intrek gaan nemen in het appartement / foto2 / foto3). Het appartement blijkt van alle moderne gemakken voorzien en stemt geheel overeen met onze internet-verwachtingen . We trekken loodjes om te bepalen wie in de 'Bennie Jolink'-suite of de 'Herman Finkers'-suite mag slapen en pakken onze tassen uit.
De zon schijnt dus het terras van het appartement is de eerste pleisterplaats. We kijken we uit op een eigen vijvertje en een weide met schapen en op een drietal kikkerpoelen. Dit terras blijkt al gauw een prima dierenkijkplaats en om alle gespotte soorten bij te kunnen houden leggen we een lijst 'Dier in het vizier' aan. Op een paar dagen tijd zullen we daar mussen, mezen, merels, kleine karekieten, zwarte roodstaarten, een eekhoorn en zelfs een mol op kunnen noteren. Wespen trouwens ook ...
Dan is het nog even inkopen doen in het dorp (oh ja, eerst natuurlijk nog een peuk) en kan de vakantie beginnen.
Vandaag starten we met het verkennen van de omgeving. We besluiten eerst het noord-oosten te verkennen en rijden via de Hanhofweg - in een zoevende afdaling - en de Lutterzandweg naar het Lutterzand: een prachtig gebied dat zowel bos, zandverstuivingen als maispercelen herbergt. Grootste attractie is de rivier de Dinkel die door het Lutterzand meandert en op sommige plaatsen drie meter hoge oevers heeft uitgeslepen.
Via allerlei binnenweggetjes rijden we via Mekkelhorst en Beuningen weer naar De Lutte. Tot leedwezen van mijn vriendin rijden we nu de Hanhofweg óp in plaats van áf: een pittige klim die zij met piepende en schurende ademhaling weet te bedwingen. We hebben net de deur van ons appartement geopend als de eerste regendruppels van een onweersbui neerkletteren.
Aan het einde van de middag krijgen we bezoek van Elsbeth en Paul die in 1 uur en 40 minuten vanuit Lisse zijn komen aangereden. Met hen gaan we 's avonds het dorp in om ons vanaf het terras van eetcafé Plexat te vergapen aan de bedrijvigheid in dit toch zo kleine dorpje.
We weten het dan nog niet maar Nederland zal de komende twee weken gebukt gaan onder aanhoudend slecht weer. Op deze zondag krijgt de omgeving van de Lutte daar ook het zijne van mee; vandaag moet daarom maar een leesdag worden. Vanachter de beregende ramen valt er desondanks nog het nodige te beleven: zo spotten we deze torenvalk op het gevelteken van het bijgebouw.
Van de nood een deugd makend vervul ik aan het einde van de middag een sportieve traditie en ga hardlopen (Hanhofweg - Hoge Kaviksweg). Bij het Mariakapelletje halverwege de Hanhofweg houd ik even halt om de nodige geestelijke inspiratie op te doen.
Het weerbericht voor vandaag voorspelt niet veel goeds dus besluiten we om vandaag een 'stadsbezoek' te doen. De keuze valt op Oldenzaal en na een kwartiertje fietsen stallen we onze fietsen voor het gemeentehuis aldaar. We dwalen wat door dit mooie stadje en orienteren ons in heel wat winkeltjes op de komende wintermode. Uiteraard kunnen we Oldenzaal niet verlaten zonder een bezoek aan de Plechelmusbasiliek / foto2 - ook wel de 'Herman Finkers'-kerk genoemd sinds de media-aandacht voor zijn actie om het behoud van de liturgische functie van deze basiliek. Vlak voordat een fikse regenbui losbarst zijn we weer in De Lutte.
Met ingang van vandaag trekken we ons weinig meer aan van het weerbericht. We trekken ons plan en laten regen en wind daar geen invloed meer op hebben. Dus rijden we vroeg in de middag via de Losserstraat door prachtig coulissenlandschap naar ... Losser!
Na veel gezoek vinden we met hulp van een Twents boertje ('Ie möt doar wezen') het Erve Kraesgenberg, een openluchtmuseum waar typisch Twentse (of beter: Saksische) boerderijen, stallen en andere bijgebouwen van de ondergang zijn gered door ze ter plekke te herbouwen. Zeker de moeite waard om de digitale camera voor uit de tas te halen. Al met al fotogenieke objecten. In het hoofdgebouw bekijken we een verzameling fossielen die onder leiding van geoloog Staring in de jaren dertig gevonden zijn in het zandsteen dat onder een deel van Losser ligt. Deze Losserse zandsteen is/was overigens niet geschikt voor bouwkundige toepassingen - geen Bentheimer kwaliteit, dus.
Ter nagedachtenis aan deze Staring is in het zuiden van Losser een kleine zandsteengroeve voor de oprukkende nieuwbouw gespaard gebleven. Een bezoekje aan deze groeve kunt u zich besparen, tenzij u vanachter een gietijzeren hek naar een wat een groot uitgevallen kuil wilt staan staren.
Nadat mijn vriendin in de plaatselijke kringloopwinkel haar boekenvoorraad heeft aangevuld wordt de trek in koffie wel erg groot. Omdat de horeca in Losser op dinsdag echter massaal vrijaf lijkt te hebben genomen gaan we die dan maar halen bij het Lutters Kwartier in de Lutte.
M.b.v. het VVV Gastenbeukske hebben we voor vandaag drie bezienswaardigheden rond Denekamp geselecteerd. We zetten via de Hanhofweg en de Beuningerstraat koers naar Mekkelhorst waar we het Klöpkeshoes, een klein Saksisch vakwerkhuisje, bekijken (foto2 / foto3). Klöpkes waren ongehuwde vrouwen die in de roerige tijden van de godsdienstonvrijheid (de Reformatie) de aanzegsters waren - via een klöpke op de deur - van geheime katholieke kerkdiensten. Hier ziet u een klöpke in actie.
Vervolgens rijden we naar het buurtschap Berghum om vandaar via de Brandlichterweg en de Churchillstraat dwars door Denekamp te rijden. Via de Knik en een halfverborgen fietspaadje bereiken we het kanaal Almelo-Nordhorn dat we in westelijke richting volgen. Al snel doemt het Schuivenhuisje op: dit is de plek waar de Dinkel via duikers onder het kanaal wordt doorgeleid. Via schuiven kan het debiet van het doorgelaten water worden geregeld. Met een blik op de achterzijde van het Schuivenhuisje kun je je goed voorstellen dat in vroeger tijden, toen de Dinkel en het kanaal elkaar nog fysiek kruisten, schepen op het kanaal door de krachtige stroom van de Dinkel tegen de oever werden gedrukt. Ook de overige waterbouwkundige werken in de buurt van het Schuivenhuisje worden door onze specialist aan een technisch onderzoek onderworpen.
We stappen weer op en rijden via de Damweg en de Schiphorsterdijk naar het landgoed Singraven, een toeristische trekpleister vanwege het kasteel Singraven en de enige nog werkende houtzaagwatermolen in Nederland. We laten het kasteel voor wat het is - die € 6,- p.p. houden we in de zak - maar we nemen voor € 2,- p.p. wel een kijkje in de watermolen. Dat is zeker een aanrader, niet in de laatste plaats door de molenaar die een loopbaan als cabaretier lijkt te hebben misgelopen.
Via het zuiden van Denekamp en Beuningen koersen we vervolgens weer op 'De Lut' aan.
Vandaag laten we de fiets op stal en trekken de wandelschoenen- en sokken aan voor de VVV-wandelroute Boerskotten. De Boerskotten is een natuurgebied dat bestaat uit akkers, grasland en bos. De wandeling is uitgezet in het deel ten noordwesten van de A1 en biedt over een afstand van pakweg 10 km vele schitterende doorkijkjes op het Twentse landschap. Dat de regen gedurende onze wandeling in ruime mate valt hebben we als wandelaars niet eens zo in de gaten. Aan het eind van de wandeling gekomen lopen we tussen kerk en school door naar het terras van het Lutters Kwartier in De Lutte en laten ons daar in de stoelen ploffen. Koffie met citroengebak is de beloning voor al onze lichamelijke inspanningen.
Die avond, terwijl de zon langzaam onder de einder zinkt, trekken mistflarden op in ons uitzicht. Wanneer dan ook nog eens de vleermuizen beginnen te vliegen, herkennen we in deze tekenen de voedingsbodem voor de vele Twentse sagen en spookverhalen.
Nog niet geheel hersteld van de wandeling van gisteren zoeken we het vandaag dichtbij: we gaan naar het Arboretum Poortbulten dat direct ten zuiden van De Lutte is gelegen en nemen als 'vogelaars' natuurlijk onze kijkers mee.
Even wat feitjes vooraf: een arboretum is een botanische tuin waarin voornamelijk winterharde houtige gewassen worden verzameld; een pinetum is een arboretum met voornamelijk naaldbomen (=coniferen). Het Arboretum Poortbulten komt voort uit een pinetum dat in 1912 op initiatief van de textielfabrikant Gelderman uit Oldenzaal is aangelegd. Inmiddels is het uitgegroeid en omgevormd tot een parklandschap met zo'n 2500 bomen en heesters en een moeraslandschap met ruim 100 verschillende soorten planten.
Dat waren de steriele feitjes, maar de werkelijkheid is allesbehalve steriel: het Arboretum is een juweeltje / foto2 / foto3 / foto4 en een absolute aanrader om te bezoeken. Onder de bezienswaardigheden zijn o.a. deze mammoetboom en deze bevallig poserende waternimf.
Het aantal bankjes in het Arboretum is werkelijk fenomenaal: je kunt geen 100 meter lopen of je komt een bankje tegen. Ideaal om te genieten van weer een mooi plekje of .... om te wachten tot de vogels tevoorschijn komen. Het doorbrekende zonnetje zal hier zeker bij meespelen, maar we zien die middag in korte tijd meer vogelsoorten dan in de gehele lente in Groningen: we 'scoren' eindelijk de vliegenvanger - en dan meteen ook maar de bonte vliegenvanger en de grauwe vliegenvanger (waaronder een ouderpaar met jong) - en zien verder vuurgoudhaantje (die met die oranje streep op de kuif), boomklever, boomkruiper, zwarte roodstaart, tjiftjaf, kleine karekiet en dodaars.
Als we weer eens op het horloge kijken blijken er drie uren (!) omgevlogen. We maken ons 'los' van het park en besluiten nog even de top van de Tankenberg (84 meter boven NAP) mee te pikken. De klim valt mee: in De Lutte zelf zitten we immers al 'op hoogte'. Op de top vinden we de koepel van waaruit je kunt genieten van een prachtig uitzicht. In de koepel vinden we een plakkaat met Latijns opschrift (vrij vertaald: "Het ongewijde zo goed als het gewijde, ook bij deze volkeren in hoge eer staande heilige woud, dat zij het heiligdom van Tanfana noemen, werd met de grond gelijk gemaakt"). Aan de voet van de koepel bevindt zich een steen met opschrift. Na een laatste blik op het uitzicht nemen we afscheid van deze plek.
Vandaag staat een bezoek aan Duitsland op het programma. Vanuit De Lutte is bij goed weer ons reisdoel al te zien: het eewenoude slot dat hoog boven het stadje Bentheim uittorent. Onder een stralende zon rijden we via het Wewwelstadpad en de Hengelosestraat linea recta naar Bad Bentheim (we laten Gildehaus maar even voor wat het is). In de buurt van Bentheim komende verwachten we een steile klim te moeten nemen, maar dat valt erg mee. De reden is duidelijk wanneer we onze fietsen gestald hebben en vandaar te voet verder gaan: tot aan het slot komt de hellingsgraad van de weg niet meer onder de 20 procent.
Zijn de eerste toren en torenwachter die in ons blikveld opduiken al indrukwekkend, het slot zelf is dat helemaal. Hoewel de kronieken anders uitwijzen komt het over als een schier onneembare vesting. We slenteren via een omloop naar de binnenplaats en gaan daarna weer terug naar de omloop om vanaf de slotmuren neer te kijken op de bedrijvigheid van een in de slottuinen georganiseerde rommelmarkt. Bij een uitspanning aan de voet van de slotmuur bestellen we een Kaffee mit Kuchen.
Met tegenzin maken we ons los van deze historische plek en met de zon en de wind recht in het gezicht zetten we halverwege de middag weer koers naar De Lutte.
Voor vandaag staat er niets speciaals op het programma. Halverwege de middag fietsen we nog wel even naar Arboretum Poortbulten maar vanwege het slechte weer laten de vogels zich niet zien. Wanneer zich dan ook nog een naderend onweer meldt is het tijd om te vertrekken.
's Avonds gaan we in het dorp uit eten en wel bij Plexat. Dit eetcafé lijkt ons een van de weinige adressen in het dorp waar de jeugd ook nog enig vertier kan vinden; er zijn tenminste een biljartafel, pooltafel en groot TV-scherm aanwezig. De zaak is groot genoeg om desondanks een rustig plekje te vinden om te eten. We hebben ons ingesteld op een doorsnee maaltijd en 'de keuken' voldoet wat dat betreft volkomen aan onze verwachting.
Vermeldenswaard is nog dat we die avond geboeid hebben gekeken naar de aflevering van Zomergasten (presentator: Joris Lyendijk) waarin de filosoof Ad Verbrugge (Terneuzen, 1967) als gast optrad.
In Groningen is het vandaag feest (Gronings Ontzet) en wij gaan kijken of er in Enschede nog wat te vieren valt. Met de buurtbus en de gewone bus laten we ons naar de stad vervoeren waar ik vijftien jaar lang gewoond heb (1977 - 1992) en waar ik sindsdien nog regelmatig terug ben geweest. Dat ik daarbij een deel van het centrum links hebben laten liggen blijkt wel als we al winkelende uitkomen op wat vroeger het marktplein c.q. parkeerplaats was. Hier is de afgelopen jaren driftig gebouwd en heringericht en niet ten nadele van het stadsbeeld, moet ik bekennen. Wanneer we moe gewinkeld zijn zoeken we het busstation weer op en worden door Connexxion getracteerd op een ritje met een olijke chauffeur met een niet al te strakke rijstijl. De buurtbus doet het al met al wat rustiger aan.
's Morgens scoren we eerst wat ansichten en 's middags pakken we de fiets om de omgeving in noordwestelijke richting te verkennen. We kiezen eerst de Paasbergweg: dit is zonder meer een van de meest pittoreske weggetjes die we tijdens onze vakantie hebben gereden.
Via de onverharde Tramweg rijden we in de richting van Rossum om vervolgens af te buigen om het Erve Elsoo te bekijken. De weggetjes ernaartoe blijken achteraf meer vertier geboden te hebben dan de aanblik van de erve en bijgebouwen zelve. Via de Volterdijk rijden we naar Beuningen waar we vlak voor de Denekamperstraat door een hoosbui worden overvallen (niets aan de hand: gewoon de regenboks aantrekken en even wachten).
Via Beuningen gaat het dan weer richting appartement. Omdat mijn vriendin inmiddels een gloeiende hekel gekregen heeft aan het steile deel van de Hanhofweg slaan we halverwege de Hoge Kaviksweg in, in de hoop om vandaar een alternatieve route naar het appartement te vinden. Al snel bevinden we ons op onverharde wegen , die vervolgens overgaan in geitenpaadjes (zoals de Belvedereweg) door duistere wouden die alleen lopend genomen kunnen worden. Mijn vriendin vindt het allemaal prachtig, maar als ik een fiets bij me heb dan rijd ik er liever op dan dat ik er naast loop. En als het even kan ook graag op verharde wegen. Enfin, uiteindelijk duiken we de wouden weer uit en blijken dan al met al uit te komen op .... de Hoge Kaviksweg. Zodat mijn vriendin alsnog de steile klim moet nemen!
Vandaag hebben we weer wat moois uitgestippeld op de kaart. We rijden in zuidoostelijke richting via de Hengelerheurnerweg, de Hengelmansweg, het Graafschapspad naar de grens met Duitsland. Via de aan de zoom van het Forst Bentheim gelegen Bardelerweg en Zum Nordkamp rijden we naar het klooster Bardel. De route aan beide kanten van de grens is overigens zondermeer fraai. Eenmaal bij het klooster gearriveerd blijkt het een verre van ingeslapen instituut: het geluid van musicerende leerlingen van het aldaar gevestigde gymnasium staat in schril contrast met de afgelegenheid van deze locatie.
Ik weet mijn vriendin te weerhouden van een uitstapje naar het Gildehauser Veen en dus zetten we koers richting Nederland. Het grensgebied waar we doorheen fietsen - gehuld in regenpak overigens - volgt de loop van de Dinkel en is een aangenaam fietsgebied.
Niet ver over de grens vinden we twee van onze reisdoelen: het Oelemars (een zandwinningsgebied met vogelkijkplaatsen) en De Zandbergen (een bosgebied met zandverstuiving).
Vervolgens zetten we koers naar Losser omdat we nu toch eindelijk ook wel eens een horecagelegenheid in Losser willen vinden die wel open is (het wordt uiteindelijk restaurant An 'n labdiek). Mijn vriendin is verguld met dit plekje.
Op de terugweg gaan we nog even aan bij het Arboretum en spot ik nog een groene specht. Na verloop van tijd begint de vermoeidheid bij ons beiden echter toe te slaan en blazen we de aftocht. Rozig van het douchen en de (afgehaalde) Chinese maaltijd vallen 'de luikjes' die avond al snel dicht.
Terwijl mijn vriendin haar boek uitleest onderneem ik aan het begin van de middag een privé fietstochtje. Ik pik wat stukjes Beuningerstraat en Bentheimerstraat mee die we nog niet hadden befietst en houd even halt bij een kapelletje aan de Beuningerstraat.
Vervolgens koers ik langs De Lutte nog eens naar mijn favoriete weggetje, de Paasbergweg. Aan het einde van de Paasbergweg sla ik rechtsaf om een stuk van de Denekamperweg mee te nemen en vervolgens via de Populierendijk (weer zo'n prachtig weggetje) weer op de Hanhofweg uit te komen. Ik daal nog één keer deze weg af en rijdt vervolgens voluit naar boven toe (inderdaad: de Hanhofweg is geen misselijke klim ...).
Na een verfrissende douche gaan we vervolgens gezamenlijk nog even naar onze favoriete stek, het Arboretum, om nog eens optimaal te profiteren van alle geneugten die dit park te bieden heeft. Tussen de bedrijven door spotten we nog een kleine bonte specht, de grote karekiet, diverse staartmezen en een troep sijsjes.
Het is inmiddels traditie dat we op de laatste avond van de vakantie 'sjiek' uit eten gaan. De keuze valt dit keer op hotel/restaurant Berg en Dal en dat blijkt een uitstekende keuze: alle gangen van het diner zijn 'top' in smaak en opmaak.
Die avond gaan we ook nog even op bezoek bij Dinie Jeunink voor een gezellige nazit met koffie met koek. Het is al laat wanneer we, dit keer via de binnendeur, ons appartement weer betreden. Er is nog even wat tijd om alvast wat op te ruimen en in te pakken en een bijdrage te schrijven in het gastenboek. Dan is het bedtijd.
Vandaag is het - helaas - weer inpakken en opzadelen geblazen. Volgens de geldende normen en waarden ruimen we het appartement zo goed mogelijk op, we nemen afscheid van Dinie Jeunink en fietsen naar station Oldenzaal. Om 12.05 uur stappen mijn vriendin en ik op de trein en in eendrachtige samenwerking vervoeren Synthus en de NS ons naar Groningen. Kijkend vanuit de trein bekruipt me het gevoel dat ik weer even moet wennen aan het Groningse landschap: wat wil je, na twee weken in het coulissenlandschap van Twente!
Een korte evaluatie op station Groningen leidt tot de unanieme conclusie: dit was een fraaie vakantie. De foto's zullen vanwege de weersomstandigheden misschien wat donkerder van tint zijn dan anders, maar ons gemoed is twee weken lang zonnig geweest!